Walter Swennen (1946)
Untitled, 2007
Pen and ink on paper
Each 185 x 130 mm
Signed and dated WS 07 lower right
 
Walter Swennen is counted among the ‘new painters’ who came to the fore in the 1980s, parallel to the Italian transavanguardia and the German heftige Malerei. On first view his oeuvre seems like it was made by different artists, but appearances are deceiving. Indeed, Swennen is no slave to any typical style; he is a pre-eminently free artist. According to critic Hans Theys, Swennen’s poetics are ‘marked by a radical stance, that he himself sums up in the sentence: “Listeners do not make the music” (headphones and the public create nothing). For Swennen this implies the total autonomy of the art work; it does not have to be understood, does not have to evoke emotions. The art work does not have to do anything. It owes its status to the fact that it was made by an artist.’ The movement known as ‘new painting’ was characterized by great productivity (in contrast to the scarce works of conceptual and minimalist artists), and by the unscrupulous re-use and combining of techniques and motifs taken from old or modern currents. The creative freedom that exudes from Swennen’s work – that sometimes seems nonchalant, but always engenders confusion – is not motivated by an aim to shock, it is related to a rather defensive egocentric attitude. And if there is anarchism here, then it is of the individualistic, Stirner variety. An announcement of a large-scale retrospective of his work speaks of ‘a poetic-humoristic analysis of the relationship between symbol, readability, meaning and execution; marked by a free but precise painterly treatment.’ – A novice swimmer on the gallows or a figure who spits or shouts in two overlapping positions emphatically testify to a ‘poetic-humoristic’ spirit, but even more so to an anti-pictorial attitude. Before starting to paint, Swennen was active as a poet, and the way that he handles motifs – he takes them as he finds them, high or low, and manipulates them at will – harks back to this previous incarnation. What is said about Magritte, about his best work, also holds for Swennen: he makes paintings with images like a poet makes a poem with words.
 
Artist Biography:
De poëtica van Walter Swennen (1946) wordt gekenmerkt door een radicale stellingname, die hij zelf samenvatte in de zin: ‘Les écouteurs ne font pas la musique’ (de koptelefoon en het publiek creëren niets). Voor Swennen impliceert dit de totale autonomie van het kunstwerk, dat niet hoeft te worden begrepen en geen ontroering dient op te roepen. Het kunstwerk moet niets. Het dankt zijn status aan het feit dat het is gemaakt door een kunstenaar.

In schilderkunstige zin betekent dit dat het doel van het schilderen er louter in bestaat een schilderij te maken. Behalve als textuur, als object, kunnen we een schilderij van Swennen opvatten als het resultaat van een handelend nadenken over de onmogelijkheid een meetbare diepte te creëren binnen een vlak. Daarom bevatten zijn werken geen perspectivische diepte, arceringen, schaduwen of verschuivende waarden, tenzij als onderdeel van een gevonden, vaak anatomisch of ruimtelijk onzorgvuldig uitgevoerde tekening. Die wordt dan gekopieerd als onderdeel van een stapsgewijs opgebouwd schilderij, dat zich voordoet als het toneel van een louter picturale diepte. Zo’n schilderij kan bestaan uit een ondergrond, een (meestal gekopieerde) figuur en een toevoeging van een streep of vlak, bijvoorbeeld aangebracht met bijvoorbeeld een paletmes, zodat het vlak een andere textuur krijgt dan de ondergrond en daardoor lijkt te gaan zweven voor het schilderij of althans de ‘achterliggende’ lagen (zoals de witte spatten die Bacon soms gooide naar afgewerkte schilderijen als het rechterluik van Triptych -– May - June 1973). Zo beschouwd zijn Swennens schilderijen verwant met de vlakke schilderijen van Mondriaan en de Abstract Expressionisten. Niet door te proberen een vlak schilderij te maken, maar door schilderijen te creëren of tot stand te laten komen die geen perspectivische of realistische diepte hebben, maar een louter picturale (door middel van textuurverschillen of door elementen, zoals vouwen in de kleren, te laten opduiken uit de achtergrond door kleur uit te sparen in de figuur).